PESTEN

Spelregels

Pesten is een Nederlands truc-kaartspel en wordt vooral in Nederland gespeeld. Het spel lijkt sterk op het spel Mau-Mau.

DOEL: Het doel van het spel is om je kaarten zo snel mogelijk af te leggen.

MAATERIAL: Kaartspel van 56 kaarten (2 tot 10, boer, vrouw, koning, aas, joker van alle 4 speelkaartkleuren)

AANTAL SPELERS: 2 of meer spelers

Instelling

Eerst worden de kaarten verdeeld onder de deelnemers. Hoeveel kaarten dat zijn, hangt af van het aantal deelnemers. Normaal gesproken krijgt elke speler zeven speelkaarten. Alle andere kaarten samen vormen de trekstapel.

Spelregels

De spelers hebben de taak om alle kaarten in zijn of haar bezit weg te spelen, simpelweg door ze op de aflegstapel te leggen. Om de beurt mogen de spelers een kaart op de aflegstapel leggen, dit gebeurt met de klok mee.

Maar je kunt niet zomaar een kaart pakken, want de kaart die je neerlegt moet dezelfde waarde of kleur hebben als de bovenste kaart van de betreffende stapel. Stel dat er een hartenkoning ligt, dan mag de speler een koning (ook van een andere kleur) of een harten (alle waarden) neerleggen. Veel eenvoudiger kunnen we het niet maken.

Als een speler geen kaart kan spelen, moet hij een extra kaart van de trekstapel nemen. Als de getrokken kaart op de stapel kan worden gelegd, mag hij of zij deze er direct op leggen. De deelnemer die als eerste al zijn kaarten heeft uitgespeeld is de winnaar.

Speciale speelkaarten

Sommige speelkaarten hebben een unieke functie in het spel Pesten. Maar ook hier hebben de spelers vaak hun eigen regels bedacht. Hieronder leggen we echter uit wat de basisregels zijn met betrekking tot de speciale speelkaarten:

Elke 2: Dit is een zogenaamde 'pestkaart' en kan het de tegenstander een stuk moeilijker maken om te winnen. De volgende speler zal twee kaarten van de trekstapel moeten nemen. Daarna is de betreffende deelnemer nog steeds aan de beurt.

Elke 5: De 5 is ook een bijzondere speelkaart, want de volgende speler moet een kaart met een waarde van 5 of minder neerleggen. Er zijn ook regels dat wanneer iemand een 5 oplegt, de volgende speler een vrouw moet neerleggen. De keuze is aan u!

Elke 7: Als je een 7 neerlegt, ben je weer aan de beurt, want de 7 blijft hangen. Maar als de speler geen andere kaart kan leggen, dan moet er een speelkaart van de trekstapel genomen worden. Zorg er dus voor dat de 7 op een verstandig moment wordt gespeeld.

Elke 8: Je mag de regel met een 8 kennen, want de 8 wacht. De volgende speler moet zijn beurt voorbij laten gaan.

Elke 10: De regel 'zie 10' is ook bekend. De volgende speler moet al zijn kaarten laten zien.

Elke Boer: Als je een Boer oplegt, mag je zelf bepalen welke kleur de volgende kaart moet hebben. Dus een klavertje, harten, ruiten of schoppen.

Elke Koning: De Koning zorgt ervoor dat de beurt omdraait, er wordt dan tegen de klok gespeeld. Maar met de volgende Koning zal ook dat omdraaien.

Elke Aas: De Aas kan de richting van het spel omkeren, eigenlijk hetzelfde als de Koning. Bij twee spelers heeft de Aas geen speciale functie.

Elke Joker: De Joker is de crème-de-la-crème van de pestkaarten. Als u een Joker oplegt, moet de volgende speler maar liefst vijf kaarten van de trekstapel nemen. Bovendien kunt u een nieuwe kleur kiezen.

Einde van de spel

Als een speler nog maar één kaart in zijn bezit heeft, moet hij op tafel kloppen. Als een speler dit vergeet en de laatste kaart oplegt, moet de kaart worden teruggenomen en moeten ook twee speelkaarten van de trekstapel worden genomen. Daarnaast is het ook niet toegestaan om de pestkaart als laatste kaart op te leggen, dit wordt ook bestraft met twee strafkaarten.

Terug naar het overzicht

Contact form
Downloads